top of page

Het leren accepteren

  • Foto van schrijver: Pleunie Wijnen
    Pleunie Wijnen
  • 16 dec 2022
  • 5 minuten om te lezen

Er kan zich een situatie voordoen, waarbij je grote moeite hebt om het te accepteren. Je doet je uiterste best om het te willen accepteren, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Om iets te kunnen aanvaarden, moet je de confrontatie met het gevoel aangaan. Mensen zijn geneigd om zich erg druk te maken over wat er is gebeurd en dat leidt tot teleurstellingen of frustraties. Ervaringen uit het verleden hebben je gevormd tot wie je bent, je bent geneigd om in een bepaald gedrag te vervallen omdat je het zo gewend bent. Hoe kun je leren om iets te accepteren?


In het vorige deel ‘Het leed dat de overgang heet’, heb je kunnen lezen dat ik verscheurend nieuws kreeg. Weken na mijn operatie was het een slagveld daarbinnen en ik moest de overgang in. Dat deed best wel wat met me, want accepteren dat je op je 22e hoort dat je de overgang in gaat is niet niets. Verdriet en woede zaten als duivels op mijn schouders en het was nu zaak om alles te gaan accepteren…  

 

Acceptatie  

Een onderwerp welke ik graag aansnij want iets accepteren lijkt soms onmogelijk. Ik ben van mening dat niets onmogelijk is, er zijn uitdagingen – obstakels – valkuilen – soms een andere afslag nemen om bij de juiste weg terug te komen en ga zo maar door. Iets moeten accepteren is ontzettend moeilijk, vooral als het onderwerp emotioneel beladen is. Bij accepteren hoort ook het opgeven van het verzet tegen de gedachten of gebeurtenissen. Het er gewoon te laten zijn. Althans, ik zeg nu wel gewoon maar zo gewoon denk ik er niet over. Zoals je vast en zeker al weet heb ik graag de controle en kan ik moeilijk omgaan met snel veranderende situaties. Bij acceptatie hoort een deel dat je de situatie niet kunt veranderen, maar je blijft in gedachten toch bezig naar het zoeken van een oplossing. Dit kost heel veel energie en je raakt alleen maar meer gestrest hierdoor. En ik vertel het nu wel zo wijs maar wekelijks betrap ik mezelf erop dat ik altijd, constant op zoek ben naar een oplossing wanneer ik iets moet leren accepteren. En ik zeg nu bewust leren accepteren, want Rome is ook niet binnen één dag gebouwd en ik vraag me af of ik ooit een master ga worden in dingen accepteren. Het laten gaan, dingen er laten zijn en accepteren dat ze lopen zoals ze lopen.  

 

Eigenlijk heb je in het leven twee vormen van accepteren. Het accepteren van je gevoelens en het accepteren van een bepaalde situatie. Veel psychologische problematiek komt voort uit het feit dat je niet wil dat je negatieve gedachtes of gevoelens hebt. Je probeert het uit alle macht te voorkomen door bijvoorbeeld te gaan drinken of hard te werken. Accepteren is het toelaten van het onvermijdelijke.  

 

Met een bezem door het verkeer  

Ik kon er niet omheen dat ik in de overgang moest, ook dit moest ik gaan accepteren (shotje per keer dat ik accepteren zeg in dit deel). Eigenlijk besefte ik het pas op het moment dat ik die spuit in m’n rechterbil kreeg en ik bijna door de grond ging van de pijn. Pas toen kwam het besef dat ik erin ging. Oh ja, en de klachten die er vervolgens uit rolden. Ik had weliswaar medicatie om de verschijnselen van de overgang te verminderen (soms denk ik dat ik écht door een hel was gegaan als ik deze niet had), maar ik werd gék. Ik had opvliegers, hoofdpijn, gewrichtspijn en ik rook ineens alles anders. Een belangrijk verschijnsel om niet te vergeten waren de stemmingswisselingen. Soms vraag ik me af of mijn tranen ooit zouden stoppen maar mijn mama heeft altijd gezegd dat ik moet huilen tot mijn huil op is. Ik kon huilen om de raarste dingen maar ook zó boos worden – om niks! Ik ben iemand die snel gefrustreerd raakt in het verkeer. Als iemand z’n knipperlicht niet aan heeft staan, ineens keihard remt om niets, 38 rijdt waar je 50 mag en ga zo maar door. Soms flipte ik zó uit dat ik schrok van mezelf. Ik kan dus rustig zeggen dat ik beter een bezem had kunnen pakken in plaats van de auto want een heks was ik zeker.  

 

Een ander dingetje wat op kwam spelen, was de vergeetachtigheid. Ik kon niets meer onthouden en moest echt álles opschrijven. Mijn werkagenda stond volgebouwd met mails die ik moest versturen, dingen die ik voor moest bereiden, mijn notities stonden vol met boodschappen die ik niet moest vergeten, dingen die ik in het huis moest doen en zelfs - jawel – dat ik niet moest vergeten om mijn hamster eten te geven.  

Ik zou liegen als dat alles was. Er stond namelijk ook in dat ik zelf ook fatsoenlijk moest eten. Met mijn dieet 6x per dag en dat vergat ik nog wel eens. Zo erg als mijn leven vroeger draaide om eten, was dat nu allesbehalve. En daar ontstond een probleem…  

 

Obsessief eetgedrag  

Ik heb je aan het begin (en wat vaker tussendoor) beloofd dat ik volledig eerlijk en open zou zijn en daar hou ik jou (en mezelf) aan. Er ontstond namelijk een probleem in mijn hoofd (en in mijn koelkast). Ik was zo’n lange tijd zo ziek geweest (lees; alleen maar overgeven en niets binnen houden) dat ik bang was geworden. Bang om ziek te worden en daar wilde ik controle over. Als ik het nu zo opschrijf verklaar ik mezelf lichtelijk voor gek maar op dat moment voelde het logisch. Als ik eten langer dan 2 of 3 dagen in de koeling had, ook ongeopend, gooide ik het weg. Ik was bang dat ik ziek zou worden. Als ik kip aan het bakken was, bakte ik dat zo ver door dat de kamelen in de woestijn weg zouden lopen – zo droog was het. Ik was bang dat ik ziek zou worden. Als ik eten had gemaakt en ik moest een deel bewaren, gooide ik het alsnog weg een ochtend later omdat ik jawel – bang was om ziek te worden.  


Er ontstond een soort obsessief gedrag waarbij het eten het slachtoffer werd en ik mijn gedachtes niet meer rationeel in hokjes kon stoppen. Af en toe dacht ik; dit kan nog wel eens uit de hand lopen maar vaak dacht ik dat ook niet. Het voelde zó logisch dat ik er mee door ging met als resultaat een lege koeling én een lege portemonnee.  

 

Omdat mijn geur was veranderd, rook ik dingen ook heel anders. Ik ben altijd zo’n gek geweest die haar neus overal induwt (letterlijk en figuurlijk…) maar nu ik alles anders rook, dacht ik dat alles bedorven was. Ik rook dingen een beetje metaalachtig en soms rook ik koeienpoep (ja, ik lach ook om mezelf).  

Ik koos voor veilige dingen en ging steeds meer plantaardig eten, ik had mezelf namelijk wijsgemaakt dat deze voedselproducten minder snel bedorven raakten…  

 

Hoe het verder ging, lees je in mijn volgende blog.  

 

Veel liefs,  

Pleunie  

 
 
 

Opmerkingen


Post: Blog2_Post
bottom of page