
Komt dat wel goed daarboven?
- Pleunie Wijnen

- 25 jul 2022
- 4 minuten om te lezen
Soms heb je momenten dat je volledig met de handen in het haar zit. Momenten dat het één grote chaos is in je hoofd en je niet meer helder kunt nadenken. Momenten dat het even teveel is voor je. Het beste is dan om hierover te praten met je omgeving, maar doe je dat wel zo snel?
In het vorige deel heb je kunnen lezen dat ik bang was dat het niet goed zou komen met ziek zijn, dat ik dacht dat alles fout ging en voor mijn gevoel alles kapot was. Ik zocht hulp bij een psycholoog.
Voordat ik je vertel hoe deze periode voor me was, wil ik even stilstaan bij één van mijn beste vrienden. Hij is er (vooral in komende periode) dag in, dag uit voor me geweest en kon ik opbellen op ieder moment van de dag. Helaas is hij onlangs heengegaan, de mooiste ster aan de hemel. Zonder hem was ik denk ik niet waar ik nu zou zijn en ik ben hem dankbaar voor alles. Rust zacht lieverd ✨.
Jouw last op mijn schouders
Terwijl ik dit schrijf, besef ik me wat voor bewogen periode dit was. Zoals ik je heb verteld, had ik een afspraak gemaakt bij de therapeut. Ik kreeg het niet meer zelf op een rijtje in de controlekamer en blijkbaar weten zulke mensen hoe je alles weer recht kan krijgen zonder dat je eigenlijk grof gezegd steeds weer kei hard op je bek gaat.
Achteraf gezien was dit een hele wijze keuze maar zie die stap maar eens te maken. Ik ben iemand die altijd voor iedereen klaarstaat, iemand die liever jou voor mezelf zet en jouw last op mijn schouders wil dragen. Mijn moeder zegt al ongeveer mijn hele leven dat dat niet gaat, maar het gaat zo ‘vanzelf’ voor mij. Wat doe je dan als het voor jezelf niet meer gaat? De stap om zelf hulp te vragen is enorm groot. Maar het was nodig, want ik vond het niet meer leuk. Ik vond ziek zijn niet meer leuk, opstaan niet meer leuk en zelfs het leven vond ik niet meer leuk. Het was dus écht tijd voor hulp.
Ik ben een makkelijke prater maar om de een of andere reden, praat ik niet snel over mijn gevoel. Dat komt later wel en is niet zo belangrijk, denk ik vaak. En ik hoor je denken; oei. En daar ben ik het met je eens. Ik denk dat mijn lichaam en brein ook helemaal klaar was voor hulp want de eerste afspraak die ik bij de therapeut had, heb ik eigenlijk alleen maar gehuild en onverstaanbare woorden gezegd. Ik was zó moe.
Waarom. Waarom! Waarom?
Endometriose is knokken tegen een muur van onbegrip. Onbegrip van zorgverleners maar ook van je omgeving. Maar soms ben je zo moe dat knokken niet meer gaat, vooral na 12 jaar lang vechten voor een diagnose. Ik had moeite om mezelf rechtop te houden. Ik was opgebrand, moe, angstig. Ik voelde me gevoelloos, verdrietig en boos. Ik voelde me niet meer sterk en ik was ongemotiveerd om dingen te doen. Maar God, wat wilde ik graag beter worden. Dus ondanks alles ga je er voor. Maar ik kwam met moeite uit m’n bed en lag hele dagen op de bank te slapen. Eten ging niet meer, lachen ging niet meer. Waar moet dit naar toe?! is wat ik dacht.
De vraag die ik wel honderd keer aan m’n therapeut heb gesteld is waarom. Waarom moet dit mij overkomen en waarom heb ik iedere dag zoveel pijn. Waarom gaan mensen van me weg in mijn dieptepunt en waarom stellen sommige mensen me zoveel teleur. Maar tegelijkertijd klapte ik ook in m’n handjes met de mensen die er wél waren. Want de dagen werden grimmiger. Ik keek door een grijze bril, terwijl ik wenste dat de bril roze of gouden glazen had. Toen ik op een dag op een lange weg naar huis reed en dacht; wat nou als ik nu naar rechts stuur en tegen een boom aan rijdt? Dan is alles voorbij, kan ik opnieuw beginnen en heb ik geen pijn meer. Op dat moment wist ik dat ik ingestort was, ik heb huilend m’n broer opgebeld en hij heeft me de tijd daarna omhoog proberen te houden samen met de rest van de familie en m’n beste vriendinnen.
In dezelfde periode kreeg ik ook een telefoontje van het specialistisch centrum. Ik mocht op eerste afspraak komen. Zoals je hier boven onvermijdelijk leest, was het een donkere periode maar toen ik het telefoontje kreeg, was daar een lichtpuntje voor mij. Zou er een eind komen aan deze lange weg vol obstakels? Ik had er het minste vertrouwen in maar er was in ieder geval wel een beetje vertrouwen…
Wel eten, niet eten
Zoals je hebt kunnen lezen, was eten ook een puntje wat niet altijd even lekker ging. Dat kwam door de stress maar ook door de medicatie die ik had. Ik had geen honger, waardoor ik slap werd en als het ware in een vicieuze cirkel terecht kwam. Ik ‘dwong’ mezelf om kippensoep te eten. En witte boterhammen met pindakaas en boter. Oh dat vond ik ZO lekker! Verder at ik niet veel en ook dat werd ter sprake gebracht. Ik viel namelijk in korte periode zo’n 12 kilo af. Dat merkte ik, flink.
De momenten dat ik wél honger had waren als een feest. Niet voor m’n portemonnee maar dat maakte niet uit. Mc donalds, milka wafels, oreo’s, burger king, chips, alles achter elkaar combineren dat ik eindstand toch weer misselijk was. Maar, gegeten had ik wel. De harde realiteit is wel dat ik me vaak daarna down voelde. Ik keek naar m’n buik en dacht ‘jeetje Pleun, je moet echt afvallen’. Dat waren de hormonen die spraken want er was al 12 (?!) kilo af. Alsof ik voordurend in de pre-menstruele week zat.
Het was zoals je leest geen makkelijke periode en na m’n eerste afspraak in het specialistisch centrum, werd hier nog een schepje bovenop gedaan. Hoe het verder ging, lees je in m’n volgende blog.
Veel liefs,
Pleunie




Opmerkingen